Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
Find NVKC on YouTubeFind NVKC on FacebookFind NVKC on Twitter

Laboratoriumonderzoek speelt bij 70% van de diagnoses een sleutelrol


Wij nemen uw bloed serieus!


Alcohol en CDT

Laboratoriumonderzoek bij alcoholgebruik
Op grond van de klachten en het lichamelijk onderzoek kan bij de arts het vermoeden ontstaan van overmatig en riskant alcoholgebruik bij de patiënt. Om dit te bevestigen of om eventuele schade aan de organen op te sporen, wordt dan door huisarts of specialist laboratoriumonderzoek in bloed aangevraagd.
Ook het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) vraagt in bepaalde gevallen voor personen, die met alcoholgebruik in het verkeer zijn aangehouden, gericht laboratoriumonderzoek aan in het kader van een psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid (zie hiervoor de CBR website). Van oudsher werden testen aangevraagd die verband houden met de leverfunctie (gGT en ALAT) en de gemiddelde grootte van de rode bloedcel (MCV). Momenteel is de meting van het percentage CDT (zie hieronder) de belangrijkste laboratoriumparameter bij verdenking op overmatig alcoholgebruik. Het bepalen van de alcoholconcentratie in bloed heeft alleen zin binnen enkele uren na inname, bijvoorbeeld bij een verminderd bewustzijn.

Carbohydraat Deficiënt Transferrine (CDT)
Kortweg is CDT te beschouwen als een eiwit dat ontstaat bij overmatig alcoholgebruik over een periode van minimaal een week. Eiwitten zijn vaak voorzien van suikergroepen, die noodzakelijk zijn voor hun herkenbaarheid en functie. De kenmerken van bloedgroepen bijvoorbeeld, zijn terug te voeren op verschillende soorten suikergroepen aan het membraan van de rode bloedcellen. Ook het ijzertransporteiwit transferrine bevat twee karakteristieke koolhydraat ketens, welke samen gemiddeld vier zogenaamde siaalzuren bevatten. Onder invloed van een afbraakproduct van alcohol (acetaldehyde) ontstaat een transferrinevorm waar een of beide koolhydraat ketens afwezig zijn: we spreken dan van carbohydraat deficiënt transferrine ofwel CDT. Het CDT wordt gerapporteerd als % van het totaal transferrine om het effect van schommelingen in het transferrine gehalte, bijvoorbeeld een stijgend transferrine bij ijzergebrek, op te heffen. Het blijkt dat het %CDT in bloed verder stijgt naarmate er meer alcohol gedronken wordt. Bij onthouding daalt het CDT doorgaans binnen twee tot drie weken naar een normale waarde, maar na langdurig alcoholgebruik kan deze normalisatie veel langer duren.

Hoe betrouwbaar is het %CDT en bij welk alcoholgebruik is dit verhoogd?
Vooropgesteld moet worden dat geen enkel laboratoriumonderzoek bij chronisch overmatig alcoholgebruik altijd een afwijkende uitslag geeft, of in vaktermen: geen enkele methode heeft een sensitiviteit van 100%. Andersom, bij geen of minimaal gebruik van alcohol hoort een normale uitslag, maar uitzonderingsgewijze komen ook foutverhoogde waarden voor, in vaktermen: geen enkele methode is 100% specifiek. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het %CDT al met al de beste laboratoriumparameter is voor aantonen van chronisch overmatig alcoholgebruik. De gehanteerde bovengrens voor CDT komt bij mannen overeen met de consumptie van gemiddeld ca 60 g alcohol per dag (grofweg 1,5 l bier of 1 fles wijn per dag) gedurende minimaal een week. Bij inname van meer dan 60 g alcohol per dag zal op de lange termijn ernstige orgaanschade ontstaan. Voor vrouwen ligt deze grens op ongeveer 40 gram per dag.

Welke methoden worden gebruikt voor CDT?
Met ingang van 2013 zijn de volgende methoden door de NVKC goedgekeurd voor CBR keuringen: de N-Latex CDT methode van Siemens (bovengrens normaal 2,2%, afkappunt 2,6% ), de Analis CE methode (bovengrens normaal 1,5%, afkappunt 1,9% ), de RECIPE HPLC methode (bovengrens normaal 1,6%, afkappunt 2,0%) de HPLC methode van BioRad (bovengrens normaal 1,5%, afkappunt 1,8%), de Sebia CE methode (bovengrens 1,4%, afkappunt 1,7%) en de HPLC methode volgens Helander (bovengrens normaal 1,7%, afkappunt 2,0%). Als confirmatie- (of bevestiging) onderzoek is alleen de HPLC methode volgens Helander de aangewezen methode.  
De marge tussen bovengrens normaal en afkappunt kan als een soort "grijs gebied" worden beschouwd, in deze marge is zowel de biologische spreiding binnen een persoon als ook de onderlinge verschillen tussen laboratoria verrekend. Boven het afkappunt kan met 95% zekerheid gesteld worden dat een enkelvoudig gemeten CDT uitslag  niet meer kan horen bij resultaten van een groep normale mensen. Elke methode kent zijn eigen bovengrens en afkappunt. Let daarom goed op met welke methode het CDT gemeten is.